Op 28 april 1974 gaf bondscoach Rinus Michels de lijst vrij met veertig spelers die hij had opgenomen in de voorselectie van het Nederlands Elftal voor de WK-eindronde. De afloop op 7 juli van dat jaar tegen West-Duitsland is uiteraard bekend. Maar welke spelers vielen op het laatste moment buiten de boot.
Jan Mulder heeft in een van zijn columns zo treffend beschreven hoe Rinus Michels Willy Brokamp en hem vlak voor de eindronde na een oefenwedstrijd bij zich riep in het ballenhok. 'Wat ik nu ga zeggen, verpest mijn hele dag', bromde de coach voordat hij beide aanvallers vertelde dat voor hen geen plaats was in de selectie van 22 spelers.
Brokamp en Mulder waren de laatste afvallers, er waren hen al zestien voorgegaan in de weken in aanloop naar het toernooi. In de verdediging ontbraken uiteindelijk bij voorbeeld Willem de Vries van FC Twente en Cees Kornelis van NEC. Ook voor Joop van Daele en Harry Lubse vervloog de droom om naar West-Duitsland af te reizen voor Oranjes eerste WK-deelname sinds 1938. Lubse maakte nadien nog wel zijn debuut, maar voor De Vries, Kornelis en Van Daele bleef het oranje tricot buiten bereik. Dat gold ook voor Harry Vos van FC Den Haag, maar kreeg wel een plaats in de selectie van Michels.
Bij de keepers moesten drie van de zes thuis blijven, onder wie de meest ervarene van het stel: Jan van Beveren. Ton Thie en Heinz Stuy konden eveneens fluiten naar het WK. Opmerkelijk is dat de drie doelverdedigers die wel gingen, opgeteld slechts elf interlands hadden gespeeld.