Het komt maar zelden voor dat een speler in één seizoen meer dan vijftig doelpunten maakt. Sinds de invoering van het betaalde voetbal in 1954 lukte dat alleen Henk Groot en Klaas Jan Huntelaar, de laatstgenoemde zelfs twee keer. Leo Canjels en Ruud Geels waren er zeer dicht bij.
Henk Groot scoorde in 1960/61 in de Eredivisie 41 keer en voegde daar veertien treffers in de KNVB Beker en vijf voor het Nederlands Elftal aan toe. Negen doelpunten maakte hij in de strijd om de Intertoto Cup. Zelfs de puristen die deze vorm van Europa Cup-voetbal weren uit de onderstaande statistiek, moeten toegeven dat Groot dan nog steeds de nummer één is.
Coen Dillen, met zijn schier onbreekbare Eredivisie-record van 43 goals, stak in 1956/57 kennelijk al zijn energie in de competitie. Hij maakte er slechts één in de beker en ook nog één in Oranje.