De vernedering die Ajax op 14 januari in Alkmaar onderging, behoort tot de grootste in de clubhistorie. AZ won in de derde ronde van de KNVB Beker met 6-0 en we moeten terug naar 1927 (!) om een bekernederlaag van die omvang terug te vinden. Destijds was Enschedese Boys met 9-3 veel te sterk.
114 jaar geleden kregen de Ajacieden een enorme afstraffing van Achilles. Een week voordat Ajax haar debuut maakte op het hoogste competitieniveau, wachtte op 17 september 1911 een bekerwedstrijd in Assen. Veel zin hadden de Amsterdammers niet in de reis naar Drenthe, waar tweedeklasser Achilles reikhalzend had uitgekeken naar de komst van tegenstander uit het westen, waar het voetbal in die jaren op beduidend hoger niveau stond dan in de rest van het land. De noorderlingen waren teleurgesteld toen ze ontdekken dat in de hoofdstad voornamelijk de B-garnituur in de trein was gestapt. Gé Fortgens – de eerste Ajacied in het Nederlands Elftal – was wel van de partij, als een van de zeer weinige vaste krachten van het eerste team. Achilles trad daarentegen aan au grand complet zoals dat in die dagen heette. Op oorlogssterkte, naar zou blijken.
Zondag 17 september 1911 zou de geschiedenis ingaan als de dag waarop Ajax de grootste nederlaag in een officiële wedstrijd als eersteklasser leed. De eerste twintig minuten ging het nog goed, maar na de Drentse openingstreffer daalde alle spirit naar het nulpunt. Bij rust 3-0, Achilles sloopte Ajax uiteindelijk met 7-0, met Willy Westra van Holthe, die twee jaar later de eerste noordelijke voetballer in Oranje zou worden, als de grote animator in de Asser voorhoede.
Nog rampzaliger ging het zes jaar eerder: 1906 was nog maar een week oud toen Ajax op 7 januari de grootste nederlaag in haar bestaan te slikken kreeg. In de derde ronde van het toernooi om de Holdert Beker (de toenmalige benaming van het nationale bekertoernooi) was stadgenoot AVV de tegenstander. Ajax kwam twee spelers te kort, invallers waren niet beschikbaar en dus stonden slechts negen Ajacieden aan de aftrap. In de eerste helft viel de schade nog mee (1-0 achter), maar in het tweede bedrijf groeide de ergernis rap. Bij 4-0 en met nog een kwartier op de klok stapten de boze Ajax-spelers van het veld, gefrustreerd door de eigen onmacht en geïrriteerd door het fluiten van arbiter Wolff. De straf voor het weglopen was niet mals: een boete en vijf extra tegendoelpunten. Daardoor ging AVV-Ajax met de eindstand 9-0 de archieven in. Het is nog altijd de hoogste nederlaag in een officiële wedstrijd in de bijna 126 jaar dat de club bestaat.